Han de Kluijver

Han de Kluijver (1950) laat op Oisterwijk sculptuur zien dat de grens tussen architectuur en sculptuur wel erg vervaagt. Het zijn nooit echt gescheiden werelden geweest hoewel er traditioneel wel een soort grens bestond. Beeldend kunstenaars maken nu steeds vaker grote objecten die een architecturaal beeld oproepen. Neemt de invloed van architectuur op de beeldende kunst dus toe? En andersom: zijn nieuwe gebouwen eigenlijk meer moderne beeldhouwwerken?

Wanden hebben in de architectuur dezelfde functie als de glazen massa in de objecten van De Kluijver, ze omhullen en scheiden ruimtes in die objecten en resulteren zo in een architectonische, gesloten ruimte. Door die ene bijzondere eigenschap van glas, transparantie, ontstaat de mogelijkheid om met glas architectonische ruimtes te creëren.

Een verschil is echter de ondoordringbaarheid van het materiaal. Creëert de architect in zijn ontwerp met glazen wanden en gevels betreedbare ruimtes, in zijn glasobjecten wordt er door de transparantie slechts ruimte gesuggereerd. Anders gezegd: zijn glasobjecten creëren alleen ruimte in figuurlijke zin. Daarmee zijn ze een metafoor van de concrete, letterlijke ruimtebeleving waarin de architectuur voorziet.